09. Wat betaalt de gebruiker voor het laden?

De e-rijder betaalt voor het gebruik van de laadpaal via de serviceprovider. De serviceprovider maakt het laden mogelijk door het uitgeven van laadpassen of het beschikbaar stellen van bijvoorbeeld een app. De serviceprovider verrekent de kosten van het laden met de Charge Point Operator (CPO). Dit is de partij die verantwoordelijk is voor het functioneren van de laadpaal.

Serviceproviders kunnen de kosten voor het gebruik van de laadpaal met de volgende tarieven in rekening brengen bij de e-rijder:

  • kWh-prijs
  • Starttarief
  • Connectietarief / uurtarief
  • Rotatie- of stimuleringstarief
  • Abonnementskosten serviceprovider

kWh-prijs
De e-rijder betaalt een prijs afhankelijk van de hoeveelheid afgenomen stroom (in kWh). Dit is de meest gebruikelijke betaalvorm. Tarieven per kWh variëren van 20 tot 40 eurocent.

Implicaties:

  • De e-rijder betaalt alleen voor de geleverde energie.
  • Wanneer enkel gebruik gemaakt wordt van dit tarief, dan is er voor de e-rijder geen prikkel om de auto te verwijderen van de laadpaal wanneer deze opgeladen is.

Starttarief
De e-rijder betaalt een eenmalige prijs per laadsessie, aanvullend op de reguliere prijs per kWh of het connectietarief. Starttarieven variëren van 25 tot 60 eurocent. Een starttarief kan vervallen nadat een bepaald aantal laadsessies is bereikt.

Implicaties:

  • Het hanteren van een starttarief maakt het mogelijk een lager tarief per kWh of een lager connectietarief te rekenen. Hiermee ontstaat een relatief voordeel voor e-rijders die grote hoeveelheden laden.
  • Soms vervalt het starttarief bij een bepaald aantal laadsessies. Dat kan een prikkel zijn voor e-rijders om vaker gebruik te maken van een specifieke aanbieder.

Connectietarief / uurtarief
Hierbij betaalt de e-rijder voor de tijd dat de auto is aangesloten op de laadpaal.

Implicaties:

  • Het voordeel hiervan is dat de e-rijder een prikkel heeft om de auto zo spoedig mogelijk van de laadpaal te verwijderen wanneer deze is volgeladen.
  • Het is niet altijd duidelijk met welke snelheid geladen wordt. Ook is het mogelijk dat de laadsnelheid afneemt wanneer een tweede auto inplugt op dezelfde paal. Bij onduidelijkheid over laadsnelheden heeft de e-rijder geen inzicht in de kosten voor een volle accu.

Rotatie- of stimuleringstarief
De e-rijder betaalt een tarief per tijdseenheid nadat de auto is volgeladen. Hiermee wordt de e-rijder gestimuleerd zijn auto weg te halen bij de laadpaal als deze is volgeladen. Dit rotatietarief wordt meestal alleen overdag toegepast. Dit om te voorkomen dat een e-rijder zijn auto ’s avonds laat of ’s nachts dient te verplaatsen. Een stimuleringstarief kan in verschillende vormen worden toegepast:

  • Een vast tarief per tijdseenheid direct nadat het laden is gestopt.
  • Een vast tarief per tijdseenheid nadat het laden een x aantal uur is gestopt. Bijvoorbeeld, de e-rijder betaalt € 1,25 per uur nadat het laden 1 uur is gestopt.
  • Een oplopend tarief per tijdseenheid nadat het laden is gestopt. Bijvoorbeeld:
    – 0 tot 1 uur na stoppen met laden, € 0,50 per uur
    – 1 tot 3 uur na stoppen met laden , € 1 per uur
    – Langer dan 3 uur, € 1,50 per uur.
  • Een tarief per tijdseenheid die start afhankelijk van de geladen kWh, waarbij geldt: hoe meer er geladen is, hoe later het rotatietarief start.
    Voorbeeld: een e-rijder kan per geladen kWh 1 uur aangesloten blijven aan de laadpaal zonder een rotatietarief. Dus wanneer er 10 kWh is geladen, mag de e-rijder 10 uur aangesloten blijven.

Abonnementskosten serviceprovider
Tot slot zijn er ook nog de kosten die een serviceprovider in rekening kan brengen voor het beheren van de laadpas en bijkomende facturatie. De verschillen in abonnementsvormen zijn groot. Er kunnen bijvoorbeeld abonnementen afgegeven worden voor veelvuldig of sporadisch laden. Ook bestaat de mogelijkheid om per laadsessie een bepaald bedrag te betalen. Deze kosten verschillen per serviceprovider en komen boven op de kosten die men betaalt aan de CPO.