04. Inrichting locatie laadpaal

Naast overwegingen om de locatie te bepalen, zijn er ook aandachtspunten voor de inrichting hiervan.

Het meest toegepast is een laadpaal met twee aansluitingen, zodat twee voertuigen gelijktijdig kunnen laden. Bij de uitwerking van de locatie van het oplaadpunt moeten afwegingen gemaakt worden over de aanleg en inpassing in detail. Een aantal aspecten is hiervoor van belang:

  • Een oplaadpunt moet optimaal gebruikt kunnen worden als het vanaf twee parkeervakken bereikbaar is: er zijn dan twee aansluitmogelijkheden. Mogelijke configuraties zijn (maten zijn in meters):

Plaatsing laadpunt in parkeervak:

laadpunt parkeervak figuur-8-1

 

 

 

 

 

Plaatsing laadpunt op trottoir:

laadpunt parkeervak figuur-8-2

Plaatsing laadpunt bij langsparkeervakken:

laadpunt parkeervak figuur-8-3

  • De voorkeur gaat uit naar een plaatsing van het oplaadpunt op maximaal 0,60 meter van het parkeervak. Op deze manier is het goed mogelijk om de auto met de oplaadkabel aan te sluiten; deze is doorgaans 5 meter lang.
  • Om adequate handhaving mogelijk te maken moet de locatie zijn voorzien van het juiste verkeersbord.
  • In verband met plaatsing en onderhoud is vrije loopruimte rondom een oplaadpunt van belang. Een richtlijn is:
    – rondom de oplaadpunten een vrije ruimte van minimaal 0,50 m;
    – als een oplaadpunt op een trottoir staat, minimaal 0,90 m en bij voorkeur 1,20 m vrije loopruimte op het trottoir behouden;
    – aanrijdbeveiliging plaatsen als:
     een oplaadpunt op straatniveau/gelijke hoogte met de parkeervak(ken) wordt geplaatst;
     een oplaadpunt minimaal 0,50 m en bij voorkeur 0,60 m van een trottoirband af (en van de parkeerplaats af) wordt geplaatst.
  • Vermijden van plaatsing nabij een boom, maar als dit onvermijdelijk is, het oplaadpunt zodanig plaatsen dat het wortelstelsel zo weinig mogelijk wordt beschadigd.
  • Verharding rondom het oplaadpunt is gebruiksvriendelijk voor de gebruiker en voor het onderhoud.
  • Het gebruik van het laadpunt mag de doorstroming en veiligheid van het verkeer niet belemmeren.
  • Serviceluiken moeten altijd bereikbaar zijn, bijvoorbeeld voor onderhoud en storingen.

Bebording
Doorgaans maken gemeenten nadrukkelijk de keuze om de parkeervakken met een laadpunt te reserveren voor elektrische auto’s (met een stekker) of nog specifieker: uitsluitend beschikbaar stellen voor het opladen van elektrische auto’s. Dit wordt geregeld met het verkeersbord E4 of E8 en onderbord ‘opladen elektrische voertuigen’ of ‘elektrische voertuigen’. De keuze voor het bord hangt samen met de keuze die een gemeente maakt over de doelgroep en over de verplichting dat het elektrisch voertuig moet laden als deze op het parkeervak staat.