02. Versterken van de energie- en klimaatdoelstellingen

Elektrisch vervoer draagt bij aan internationale energie- en klimaatdoelstellingen, de doelstellingen van de Rijksoverheid en vaak ook de doelstellingen van gemeenten.

Internationale doelstellingen – Klimaatverdrag Parijs 2015
Op 12 december 2015 werd het klimaatverdrag van Parijs gepresenteerd. Hierin spraken 195 landen af om alles op alles te zetten om te voorkomen dat de aarde gemiddeld 2 graden Celsius zal opwarmen ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Om dit doel te behalen streven de landen ernaar de wereldwijde piek in de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk te bereiken en daarna te zorgen voor een reductie van de uitstoot. Uiteindelijk moet dat in de tweede helft van de 21ste eeuw leiden tot een evenwicht tussen de uitstoot van broeikasgassen en opname van die gassen door bossen of op andere manieren.

Doelstellingen in Nederland – Energieakkoord
In Nederland hebben 47 publieke en private partijen op 6 september 2013 het Energieakkoord voor duurzame groei getekend. Zij zetten zich in om de volgende vier doelen te realiseren:

  • een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar; oftewel 100 petajoule aan energiebesparing per 2020 (dit komt grofweg overeen met het energieverbruik van 1,5 miljoen huishoudens);
  • een toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking van 4,5% in 2013 naar 14% in 2020;
  • een verdere stijging van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 16% in 2023;
  • ten minste 15.000 voltijdbanen extra, voor een belangrijk deel in de eerstkomende jaren, te creëren.

Het Energieakkoord moet er onder meer voor zorgen dat Nederland minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen en dat klimaatverandering wordt tegengegaan. Een verduurzaming van het energiesysteem levert, naast milieuwinst, een lagere energierekening op en zorgt voor nieuwe banen in de bouw en aanverwante sectoren. Voor kennisintensieve Nederlandse bedrijven liggen er kansen op de snel groeiende wereldmarkt voor schone technologie. Met het energieakkoord committeert Nederland zich aan Europese afspraken.

Eén van de domeinen uit het Energieakkoord is Mobiliteit en Transport. Dit domein bestaat uit stappen richting een efficiënter verkeer- en vervoersysteem en een meer duurzame invulling van mobiliteit. Het primaire doel van de partijen uit de mobiliteit- en transportsector is om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Partijen omarmen de ambitie dat in 2050 de broeikasgasemissie van de mobiliteit- en transportsector met minimaal 60% is gereduceerd ten opzichte van 1990.

Om hieraan invulling te geven is door diverse partijen de brandstofvisie met LEF opgesteld. Een belangrijk onderdeel uit de brandstofvisie is de ambitie dat in 2035 alle nieuw verkochte personenauto’s in Nederland zero-emissie kunnen rijden.

Wat kan elektrisch vervoer voor de gemeentelijke doelstellingen betekenen?
Elektrisch vervoer kan een bijdrage leveren aan gemeentelijke doelstellingen op verschillende beleidsterreinen:

  • Milieu – Veel gemeenten hebben langetermijn-klimaatdoelstellingen (klimaatneutraal in 2050) en luchtkwaliteitsprogramma’s, voortkomend uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Ook bestaat op plekken met veel verkeersbewegingen, zoals de binnenstad, vaak de wens het verkeersgeluid te beperken. Elektrisch vervoer kan hierin een belangrijke rol spelen.
  • Verkeer en vervoer – Elektrisch vervoer kan bijdragen aan het oplossen van mobiliteitsproblemen. Elektrische fietsen en scooters zijn aantrekkelijke alternatieven voor autoverkeer. Investeringen in bijvoorbeeld de fietsinfrastructuur dragen bij aan een verschuiving van auto- naar fietsgebruik.
  • Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) – De meeste gemeenten stimuleren MVO. Elektrisch vervoer is een vorm van MVO die voor ondernemers ook financieel aantrekkelijk kan zijn. U kunt hier met uw gemeente zelf direct invloed op uitoefenen door het duurzaam inkopen van diensten. Een voorbeeld is in onderhoudsbestekken aannemers verplichten de mobiliteit te verduurzamen.

Onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen
Door in te zetten op energiebesparing en het gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen wordt Nederland minder afhankelijk van fossiele brandstoffen zoals kolen, olie en gas. Deze fossiele bronnen kennen grote prijsschommelingen. Ze komen voor een belangrijk deel uit andere delen van de wereld: Nederland is dus afhankelijk van andere landen voor haar energievoorziening. Het wegvervoer in Nederland is goed voor een derde van de nationale oliebehoefte. Met de overgang naar elektrisch wegvervoer zal de behoefte aan fossiele brandstoffen steeds kleiner worden.

Zekerheid energievoorziening
Op de lange termijn kunnen elektriciteitsbedrijven erop sturen dat autobatterijen vooral ’s nachts opladen, op het moment dat er weinig elektriciteit gebruikt wordt. Hiermee kan overbelasting van het elektriciteitsnetwerk als gevolg van het massaal opladen van elektrische auto’s voorkomen worden. Ook kan in de toekomst gestimuleerd worden vooral op te laden op de momenten dat er veel aanbod is van duurzaam opgewekte energie, bijvoorbeeld wanneer het hard waait. Dit zorgt voor een spreiding van de toenemende elektriciteitsvraag. Autobatterijen kunnen op termijn voor elektriciteitsbedrijven ook als opslagsysteem dienen. Vooral in de productie van zonne- en windenergie treden pieken en dalen op door wisselende weersomstandigheden. De batterijen kunnen dan een buffer vormen om het overschot van duurzaam opgewekte elektriciteit tijdelijk op te slaan. Zo draagt elektrisch rijden aanzienlijk bij aan de zekerheid van de energievoorziening op langere termijn.

Wilt u weten hoe u de uitrol van openbare laadpalen kunt laten aansluiten bij de gemeentelijke klimaatdoelstellingen? Neem dan contact op met ons expertteam.

Bronnen: