04. Kiezen van een uitvoeringsmodel

Voor het laden van elektrische auto’s zijn verschillende laadoplossingen mogelijk. De gemeente kan een pakket aan laadoplossingen samenstellen dat zij passend vindt, of ruimte bieden aan de markt om met passende laadoplossingen te komen. Het kiezen van de laadoplossing en/of een uitvoeringsmodel hangt samen met het (door de gemeente) gewenste gedrag van de e-rijder, de voorwaarden die de gemeente stelt en de kosten en financiering van de gewenste aanpak.

Het gedrag van de e-rijder
Inwoners en bezoekers van een gemeente die elektrisch rijden hebben behoefte aan laadpunten. Van nature zijn automobilisten, en dus ook e-rijders, geneigd om zo dicht mogelijk bij de bestemming te parkeren. E-rijders parkeren en laden daarom waar mogelijk op eigen terrein. Als laden op eigen terrein niet mogelijk is zullen e-rijders zoeken naar een oplossing in de openbare ruimte. Voor gebruikers van een volledig elektrische auto is het immers noodzakelijk om te laden.

De wijze waarop e-rijders in de openbare ruimte laden varieert tussen laden met een kabel over de weg (dicht bij de woning of het bedrijf), met een verlengde huisaansluiting, of bij (semi-)publieke laadvoorzieningen. Hierbij maakt de e-rijder afwegingen op onder andere de volgende punten:

  • De loopafstand tussen de bestemming en een laadpaal. Bij een laadpaal op een grote afstand (300 meter of meer) is het voor veel e-rijders niet aantrekkelijk om gebruik te maken van een publiek toegankelijke laadpaal. De gemeente kan hierop inspelen door te streven naar een maximale loopafstand voor laadpunten vanaf het adres van de e-rijder.
  • De kosten om te laden. Bij hoge kosten voor laden in de openbare ruimte kan het voor e-rijders financieel aantrekkelijker zijn om op brandstof te laden (bij een plug-in hybride elektrische auto) of om te laden met een kabel over de weg. De gemeente kan hierop inspelen door in haar beleid richtlijnen op te nemen over de tarieven voor het laden.
  • De beschikbaarheid van een laadpunt. Als een laadpunt niet of beperkt beschikbaar is vanwege het gebruik door andere e-rijders (hoge bezetting) of als er een niet-elektrische auto op de laadplek staat, is de e-rijder gedwongen elders te laden. De gemeente kan hierop inspelen door het nemen van een verkeersbesluit dat de parkeerplekken bij een laadpaal uitsluitend bestemd voor het opladen van elektrische auto’s. Ook is het belangrijk om inzichtelijk te maken of er voldoende laadpalen in de openbare ruimte zijn ten opzichte van de behoefte van de inwoners en bezoekers. E-rijders kunnen daarnaast via diverse apps zien of een laadpaal al in gebruik is door een andere elektrische auto.

Voorwaarden rondom openbare laadinfrastructuur
De voorwaarden die gemeenten stellen rondom openbare laadinfrastructuur bepalen mede welke laadoplossingen en -instrumenten geschikt zijn. Er zijn ook voorwaarden die altijd belangrijk zijn, ongeacht de gekozen laadoplossingen. Als u voorwaarden opstelt, is het belangrijk om de volgende punten mee te nemen:

1. Veiligheid

  • U kunt voorwaarden stellen aan de veiligheid in de openbare ruimte. Zo kunt u bepalen dat kabels over de weg niet zijn toegestaan vanwege de veiligheid van het gebruik van de openbare weg. Dit betekent dat u ook beperkingen stelt aan het toestaan van bijvoorbeeld een verlengde huisaansluiting.
  • Daarnaast kunt u eisen stellen aan de veiligheid van de laadpalen. Bedenk ook dat het netbeheerdersgedeelte in de laadpaal (dit is het deel van de laadpaal waar de voeding wordt aangesloten) dient te voldoen aan de actuele voorschriften van de netbeheerder. Dit is van belang om de veiligheid en betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet te kunnen garanderen. ElaadNL verzorgt om deze reden centraal namens de deelnemende netbeheerders keuringsdagen voor laadpalen, om zo marktpartijen hierin te begeleiden om aan de juiste eisen te voldoen.

2. Technische voorwaarden

  • U kunt voorwaarden stellen aan de toegankelijkheid en interoperabiliteit van laadpalen. Een voorwaarde zou kunnen zijn dat alle openbare laadpunten dezelfde standaarden hanteren voor de toegang met laadpassen, of dat op elk laadpunt standaardstekkers zijn te gebruiken. U hoeft hierbij niet zelf het wiel uit te vinden: afspraken hierover zijn vastgelegd in het marktmodel voor interoperabel laden.
  • Het is zinvol om de beherende partij te vragen naar een open standaard, zoals het Open Charge Point Protocol. Deze internationale open standaard zorgt ervoor dat elke laadpaal kan communiceren met elk backofficesysteem. Het voorkomt dat uw gemeente gebonden is aan een specifieke backoffice. Met een specifieke backoffice kunnen er problemen ontstaan als bijvoorbeeld een andere partij het beheer en onderhoud van de laadpalen overneemt. Een open standaard biedt dus grote flexibiliteit voor de toekomst en is in Nederland en in veel andere landen de voorgeschreven standaard.
  • Denk ook aan de koppeling met een backofficesysteem. Dit maakt het mogelijk dat laadtransacties en kosten verrekend kunnen worden met gebruikers, maar zorgen ook voor inzicht in het gebruik van de laadpaal. Tevens kan een backoffice ervoor zorgen dat de laadpalen zichtbaar zijn voor onderhoud, zichtbaar zijn voor navigatiesystemen en gebruikt kunnen worden in speciale apps.
  • Daarnaast kan de gemeente voorwaarden stellen aan de minimale functionaliteit van de laadpalen en de termijnen voor het herstel van storingen en schades. Doorgaans hanteren aanbieders van oplaadpunten hiervoor standaard service levels.

3. Keuzes rond openbare ruimte

  • U kunt keuzes maken ten aanzien van de gewenste locaties van laadpalen, op basis van veiligheid, bereikbaarheid en parkeerdruk.
  • U kunt esthetische eisen stellen waaraan laadpunten in de openbare ruimte dienen te voldoen. Ook kunt u vastleggen in hoeverre laadpunten met een verschillende vormgeving zijn toegestaan. Daarbij geldt doorgaans hoe hoger de eisen, hoe hoger de kosten. Vaak kiezen gemeenten er voor om de laadpalen in de openbare ruimte ten minste in dezelfde kleur uit te voeren. Vanuit esthetische overwegingen kunt u ook beperkingen stellen aan het toestaan van bijvoorbeeld een verlengde huisaansluiting.

Een belangrijk aandachtspunt bij het stellen van voorwaarden is dat het vaak kostenverhogend werkt voor de particulier of de exploitant die een laadpaal plaatst. Voor particulieren wordt bijvoorbeeld een verlengde huisaansluiting minder interessant als die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Voor exploitanten kunnen specifieke eisen aan de vormgeving of maximale tarieven voor het laden beperkend werken. Dit neemt natuurlijk niet weg dat een basisset aan voorwaarden noodzakelijk is.

Om meer eenheid te scheppen in deze voorwaarden aan laadpalen, heeft het NKL verschillende bassisets opgesteld waar elke gemeente of regio mee aan de slag kan. De basissets kunnen gebruikt worden als uitgangpunt voor een concessie of als voorwaarden in het vergunningenmodel. Deze afspraken nemen drempels voor de uitrol van laadinfrastructuur weg. Het doel van deze basissets is de kwaliteit van laadinfrastructuur verhogen en tegelijkertijd de kosten te verlagen. De basissets kunt u hier vinden.

Financiering van laadpalen versus het aanbod vanuit de markt
De kosten voor laadpalen zijn vaak nog hoger dan de opbrengsten, oftewel een laadpaal kost meer dan deze oplevert. Onderstaand figuur geeft een indicatief voorbeeld van de kosten en opbrengsten van een laadpaal per jaar. Het rendement van de laadpaal wordt uiteindelijk sterk bepaald door de ruimte die de gemeente geeft. Als er minder strikte eisen zijn (bijvoorbeeld ten aanzien van de vormgeving van de laadpaal) wordt het eenvoudiger om de kosten te verlagen of de opbrengsten te verhogen. Grofweg kan worden gesteld dat minder invloed van de gemeente tot op beperkte schaal ook tot minder kosten leidt.

Componenten Business case

Figuur: voorbeeld componenten business case laadinfra

Op landelijk niveau bood de green deal voor publieke laadinfrastructuur financiële ondersteuning voor het realiseren van laadpalen in de openbare ruimte.Het Nationaal Kennisplatform voor Laadinfrastructuur (NKL) is opgericht om de kosten voor laadpalen in de openbare ruimte te verlagen. Het vergunningenmodel, concessiemodel en opdrachtenmodel zijn samenwerkingsmodellen tussen gemeente en exploitanten voor het plaatsen en exploiteren van laadpalen in de openbare ruimte. Grofweg geldt dat de invloed en kosten bij het vergunningenmodel het laagst zijn en toenemen voor respectievelijk het concessiemodel en het opdrachtenmodel.

Een quickscan kan helpen om te bepalen welk type model (vergunningenmodel, concessiemodel, opdrachtenmodel) bij uw gemeente past.

 

Bronnen:

RVO, green deal voor publieke laadinfrastructuur