08. Businesscase publieke laadinfrastructuur

De mogelijkheden voor de gemeente om beleid vorm te geven, worden mede beïnvloed door de financiële kaders. De gemeente heeft over het algemeen een beperkt budget om opdracht te verlenen voor het plaatsen van laadpunten. Daarom wordt de businesscase voor elektrisch rijden steeds belangrijker: hoe kan de gemeente komen tot een zo gunstig mogelijk financieel model voor plaatsing en exploitatie van laadpunten?

De businesscase van publieke laadpunten wordt bepaald door initiële investeringsuitgaven, jaarlijkse uitgaven en jaarlijkse inkomsten.

Benchmark Kostenanalyse Laadinfrastructuur
Het NKL heeft in 2016, 2017 en 2018 benchmarks uitgevoerd naar de kosten en opbrengsten van publieke laadinfrastructuur. Uit deze benchmarks is onder meer naar voren gekomen dat de kosten voor publieke laadinfrastructuur sterk zijn gedaald ten opzichte van 2013. Daarnaast is het verbruik aan publieke laadpalen toegenomen. De verwachting is dat dit verbruik verder zal stijgen. De businesscase ziet er daardoor steeds beter uit. Het verslag van de in 2018 uitgevoerde benchmark vindt u hier.

Energiebelasting
Per 1 januari 2017 is de belasting op elektriciteit voor openbare laadpalen gehalveerd. Door de belastingverlaging moet de overstap naar elektrisch rijden worden gestimuleerd. Vanaf 2017 wordt er per kWh 4,996 cent belasting betaald, terwijl dat eigenlijk 10,007 cent bedraagt. Het verlaagde tarief blijft in ieder geval tot 2020 van kracht.

Verbeteropties binnen de invloedssfeer van de gemeente

  • Stroomlijnen van beleidskaders: door met een grote groep gemeenten geharmoniseerde beleidskaders (aanbestedingsvorm, criteria locatiekeuzeplaadpunten) af te spreken, ontstaat er meer duidelijkheid en zekerheid voor marktpartijen. Ook kunnen de kosten voor aanvraagverwerking en coördinatie bij realisatie van de oplaadpunten gereduceerd worden.
  • Efficiënte aanvraagverwerking: door binnen de ‘backoffice’ van de gemeente taken en verantwoordelijkheden bij het verwerken van aanvragen duidelijk te borgen, kunnen doorlooptijden van procedures en coördinatiekosten van de exploitant gereduceerd worden.
  • (Inkoop)samenwerking om schaalvoordelen te behalen: door samenwerking tussen decentrale overheden in de vorm van overeenkomstige wensen en eisen aan laadpunten en laadpuntexploitanten, kunnen schaalvoordelen gerealiseerd worden. Dit reduceert de kosten voor de hardware van oplaadpunten, beheer/onderhoud en backoffice van exploitanten.
  • Exploitatietermijn: de exploitatietermijn bepaalt in sterke mate de jaarlijkse afschrijving van de initiële investering. Wanneer gekozen wordt voor een korte exploitatietermijn zullen marktpartijen de volledige investeringskosten in drie jaar afschrijven, wat leidt tot een hoge kostenpost in de businesscase. Wanneer de exploitatietermijn langer is, dan wordt de initiële investering over een langere periode afgeschreven. Hierdoor kan een marktpartij mogelijk anticiperen op toenemende opbrengsten per laadobject gedurende de exploitatietermijn.
  • Meer functionele eisen in plaats van gedetailleerde eisen: het is beter om af te zien van uitgebreide en gedetailleerde eisen aan de hardware van het oplaadpunt en dienstverlening (beheer & onderhoud, backoffice, interoperabiliteit). Door enkel functioneel te omschrijven, kunnen marktpartijen uitgedaagd worden om optimalisaties en innovaties door te voeren en de onrendabele top te verkleinen.
  • Financiële bijdrage gemeenten: Een gemeente kan ervoor kiezen een financiële bijdrage per oplaadpunt te leveren om de onrendabele top te verkleinen of te overbruggen. Dit kan in de vorm van een vaste bijdrage voor de plaatsing van een oplaadpunt of een variabele bijdrage per geladen kWh.