08. Beleidskeuze 6: Techniek

Er zijn verschillende keuzes te maken in de technische uitvoering van laadinfrastructuur. Dat geldt zowel voor de manier van laden als de manier van aansluiten op het elektriciteitsnetwerk.

1. Manier van laden

  • Regulier laden
    Regulier of normaal laden gebeurt met een kleinverbruik aansluiting op het elektriciteitsnet. Je laadt met een vermogen van 3,7 – 22 kW binnen 4-8 uur een auto op, al is dit zeer afhankelijk van het type auto.

Regulier laden met een kleinverbruik aansluiting maakt smart charging mogelijk: het over een langere laadperiode, op afstand sturen van tijdstip en snelheid van laden. Dit op basis van marktomstandigheden en rekening houdend met de voorkeuren van de e-rijder.

  • Snelladen
    Snelladers laden volgens de RVO-definitie met een vermogen van 22 kW tot 350 kW een auto gemiddeld binnen 20-30 minuten tot 80% op, al is dit sterk afhankelijk van het type auto en het vermogen van de snellader.

2. Manier van aansluiten op het elektriciteitsnetwerk

  • Laadpaal
    Een laadpaal staat op een laadlocatie met één parkeervak en eventueel een tweede aansluitend parkeervak. De laadpaal heeft twee laadpunten onder één aansluiting.
  • Laadplein
    Een laadplein voorziet meer dan twee parkeervakken van laadinfrastructuur door op één netaansluiting twee of meer laadobjecten te bundelen.

Innovatie
De techniek voor laden van elektrisch vervoer is volop in ontwikkeling. Er zijn inmiddels alternatieven voor de reguliere laadpaal mogelijk, zoals laadlantaarns. De meeste alternatieven bevinden zich nog in de pilotfase. Kijk voor voorbeelden en meer informatie op het platform andersladen.nl.

Lees meer over deze en andere beleidskeuzes in de Handreiking Visie en Beleid.